13 August 2013

6b-3 Nederlands

Een deel dat hieraan voorafging ontbreekt kennelijk.

{157/32}
SIN WIF SÉIDER
THÉR FAM {158} WÉST HÉDE TO TEX.LAND
HÉDE DANA EN OVIR SKRIFT KRÉJEN.
TO TEX.LAND WARTHAT JETA FÉLO SKRIFTA FVNDEN
THÉR NAVT IN.T BOK
THÉRA A.DELINGA VRSKRÉVEN SIND.

Zijn vr
ouw, zei hij,
die Fam geweest was te Texland
had daarvan een overschrift gekregen.
Te Texland werden nog vele geschriften gevonden
die niet in het boek
der Adelingen overgeschreven zijn.

FON THISSA SKRIFTUM HÉDE GOSA ÉN
BI HJRA UTROSTE WILLE LÉID.
THÉR THRVCH THA ALDESTE FAM AL BÉTHE
AVBÉR MAKTH WERTHA MOST
ALSA RINGEN FRISO FALLEN WAS.

Van deze schriften had Gosa er één

bij haar uiterste wil gelegd,
die door de oudste Fam Albéthe
openbaar gemaakt worden moest
zodra Friso gevallen (gestorven) was.

HIR IS THAT SKRIFT MITH GOSA.S RÉD.

Hier is het schrift met Gosa's raad.


THA WR.ALDA BERN JEF ANTHA MODERA
FON THAT MANNISKELIK SLACHTE
THA LÉIDER ÉNE TALE IN ALLER TONGA
AND VP ALLER LIPPA.

Toen Wralda kinderen gaf aan de (oer-) moeders

van het menselijk geslacht,
legde hij één taal in aller tongen
en op aller lippen.

THJUS MÉIDE HÉDE WR.ALDA ANTHA MANNISKA JÉVEN.
TIL THJU HJA MANLIK OTHERA
HÉRMITH MACHTE KANBER MAKJA.
HWAT MAN FORMIDE MOT
AND HWAT MAN BIJAGJA MOT
VMBE SÉLIGHÉD TO FINDANE
AND SÉLIGHÉD TO HALDANE
IN AL ÉVG HÉD.

Dit geschenk heeft Wralda aan de mensen gegeven

opdat ze malkander
hiermee kunnen kenbaar maken
wat men vermijden moet
en wat men bejagen moet
om zaligheid te vinden
en zaligheid te behouden
in alle eeuwigheid.

WRALDA IS WIS AND GOD
AND AL FARSJANDE.
NÉIDAM.ER NV WIST
THAT LUK AND SÉLIGHÉD FON JRTHA FLIA MOT.
JEF BOSHÉD. DUGED BI DROGA MÉI.
ALSA HETH.ER AN THJU TAL
ÉNE RJUCHT FÉRDIGE AJENDOMLIKHÉD FAST BONDEN.

Wralda is wijs en goed

en al verziende.
Omdat hij nu wist
dat geluk en zaligheid van Aarde vlieden moeten
wanneer boosheid deugd bedriegen kan,
heeft hij aan de taal
een rechtvaardige eigendommelijkheid (eigenschap) verbonden.

THJUS AJENDOMLIKHÉD IS THÉR AN LÉGEN.
THAT MAN THÉRMITH NÉN LÉJEN SÉGE.
NER BIDROGLIKA WORDA SPRÉKA NE MÉI
SVNDER STEM.LÉTH NACH SVNDER SKAMRAD.
THRVCH HVAM MAN THA BOSA {159} FON HIRTE
BISTONDA VRKANNA MÉI.

Deze eigenschap is daaraan gelegen,

dat men daarmee geen leugen zeggen,
noch bedrieglijke woorden spreken kan,
zonder stamelen noch zonder schaamrood,
waardoor men de bozen van hart
terstond herkennen kan.

NÉIDAM VSA TALE THUS
TO LUK AND TO SÉLIGHÉD WÉJATH.
AND THUS MITH WAKTH AJEN THA BOSA NIGONGA
THÉRVMBE IS HJU
MITH ALLE RJUCHT GOD.IS TALE HÉTEN.
AND ALLE THA JENA
HWAM HJA AN ÉRE HALDA
HAVATH THÉR GOME FON.

Omdat onze taal dus

tot geluk en zaligheid leidt
en dus meewaakt tegen de boze neigingen,
daarom wordt ze
met alle recht godistale genoemd.
En al degene
die haar in ere houden
hebben daar voodeel (?) van.

THA HWAT IS BÉRTH. ~
ALSA RING THÉR MONG VSA HALF SUSTERUM
AND HALF BROTHARUM BIDROGAR VPKÉMON
THAM HJARA SEL FORI GOD.IS SKALKUM UT JAVON.
ALSA RING IS THAT OWERS WRDEN.

Doch wat is gebeurd?

Zodra er onder onze halfzusteren
en halfbroederen bedriegers opkwamen
die zichzelf voor godschalken uitgaven,
zodra is dat anders geworden.

THA BIDROGLIKA PRESTERA
AND THA WRANG WRÉJA FORSTA.
THÉR IMMER SÉMIN HÉLADON.
WILDON NÉI WILKÉR LÉVA
AND BUTA GOD.IS ÉWA DVAN.

De bedrieglijke priesters

en de wrangwrede vorsten
die immer samen heulden
wilden naar wilkeur leven
en buiten godis Éwa (eeuwige wetten) doen.

IN HJARA TSJOD.ISHÉD SEND HJA TO GVNGEN
AND HAVON OTHERA TALA FORSVNNEN
TIL HJU HJA HÉMLIK MACHTE SPRÉKA
IN AJENWARTHA FON ALREK OTHERUM.

In hun kwaadheid zijn ze toegegaan

en hebben andere talen verzonnen
opdat ze heimelijk konden spreken
in tegenwoordigheid van elkander,

VR ALLE BOSA THINGA
AND VR ALLE VNWÉRTHLIKA THINGA
SVNDER THAT STEMLÉTH HJAM VRRÉDA MOCHT
NACH SKAMRAD HJARA GELAT VRDERVA.

over alle boze dingen
en over alle onwaardige dingen
zonder dat stamelen hen verraden kon
noch schaamrood hun gelaat verderven.

MEN HWAT IS THÉR UT BERN.
ÉVIN BLID AS.T SÉD THÉRA GODA KRUDUM
FON VNDERNE GRVND UT VNTKÉMTH
THAT AVBÉR SÉJED IS
THRVCH GODA LJUDA BI HELLE DÉI.

Maar wat is daaruit geboren?

Zo goed als het zaad der goede kruiden
van onder de grond uit ontkiemt
dat openbaar gezaaid is
door goede lieden bij klaarlichte dag,

ÉVEN BLID BRENGTH TID
THA SKADLIKA KRUDA AN.T LJUCHT
THÉR SÉJED SEND THRVCH BOSA LJUDA.
IN.T FORBORGNE AND BI THJUSTRENESE. {160}

zo goed brengt Tijd
de schadelijk kruiden aan het licht
die gezaaid zijn door boze lieden,
in het verborgene en bij duisternis.

THA LODDERIGA MANGÉRTNE
AND THA VNMANLIKA KNAPA
THÉR MITHA WLA PRESTERUM AND FORSTUM HORADON
VNTLVKADON THA NYA TALA AN HJARA BOLA.
THERWISA SEND HJA FORTH KVMEN
ÉMONG THA FOLKRUM
TILTHJU HJA GOD.IS TALE GLAD VRJETTEN HAVE.

De lodderige (wellustige) meisjes

en de onmanlijke knapen
die met de vuile priesteren en vorsten hoerden
ontlokten de nieuwe talen aan hun boelen (minnaars).
Derwijze zijn ze voortgekomen
onder de volkeren
zodat ze godis tale glad vergeten hebben.

WILST NV WÉTA
HWAT THÉR OF WRDEN IS. ~
NV STEM.LÉTH NER GELAT
HJARA BOSA TOCHTA
NAVT LONGER MAR VRRÉDON.
NV IS DUGED FON UT HJARA MIDDEN WÉKEN.
WISDOM IS FOLGTH
AND FRIDOM IS MITH GVNGEN.

Wil je nu weten

wat daarvan geworden is?
Nu stamelen noch gelaat
hun boze gedachten
niet langer meer verraden,
nu is deugd vanuit hun midden geweken.
Wijsheid is gevolgd
en vrijheid is meegegaan.

ÉNDRACHT IS SOK RAKTH
AND TWISPALT HETH SIN STÉD IN NOMMEN.
LJAFDE IS FLJUCHT
AND HORDON SIT MITH NID AN TÉFEL.
AND THÉR ÉR RIUCHTFÉRDICHHÉD WELDE.
WELTH NV THAT SWÉRD.

Eendracht is zoekgeraakt

en tweespalt heeft zijn plaats ingenomen.
Liefde is gevlucht
en hoerdom zit met nijd aan tafel.
En waar eerst rechtvaardigheid heerste,
heerst nu het zwaard.

ALLE SEND SLAVONA WRDEN
THA LJUD FON HJARA HÉRA
FON NID. BOSA LUSTA AND FON BIGIRLIKHÉD.
HÉDE HJA NV MAR ÉNE TALE FORSVNNEN.
MUGLIK WAS.T THAN JET EN LITH GOD GVNGEN.

Allen zijn slaven geworden.

De lieden (het volk) van hun heren,
van nijd, boze lusten en van begeerlijkheid (begeerte).
Hadden ze nu maar één taal verzonnen,
mogelijk was het dan nog een weinig goed gegaan.

MEN HJA HAVON ALSA FÉLO TALA UTFONDEN
AS THÉR STATA SEND.
THÉR THRVCH MÉI THAT ÉNE FOLK
THAT ORE FOLK ÉVIN MIN FORSTAN
AS THJU KV THENE HVND
AND THI WOLF THAT SKÉP. ~

Maar ze hebben zoveel talen uitgevonden

als er staten zijn.
Daardoor kan het ene volk
het andere evenmin verstaan
als de koe de hond
en de wolf het schaap.

THIT MUGATH THA STJURAR BITJUGA ~
THACH DANA IS.T NV WÉI KVMEN.
THAT ALLE SLAVONA FOLKAR MANLIKOTHERA {161}
LIK ORA MANNISKA BISKOJA
AND THAT HJA TO STRAFFE HJARAR VNDIGERHÉD
AND FON HJARA VRMÉTENHÉD.
MANLIKOTHERA AL SA LONG BIORLOGE AND BIKAMPA MOTON
TIL THJU ALLE VRDILGAD SEND.

Dit kunnen de sturen betuigen.

Doch daardoor is het gekomen,
dat alle slavenvolken malkander
ans andere mensen beschouwen
en dat ze tot straf van hun onzorgvuldigheid
en van hun vermetelheid
malkander zo lang beoorlogen en bekampen moeten
totdat allen verdelgd zijn.

HIR IS NV MIN RÉD.

Hier is nu mijn raad.

BIST THV ALSA GIRICH
THAT THU JRTHA ALLÉNA ERVA WILSTE
ALSA ACHST THV NIMMER MARE NÉN ORE TALE
OVIR THINA WÉRA NI KVMA TO LÉTANE
AS GOD.IS TALE.
AND THAN ACHST THV TO NJODANE
TILTHJU THIN AJN TALE FRI
FON UTHÉMEDA KLINKA BILIWETH.

Ben je zo gierig

dat je Jrtha alleen erven wilt,
dan dien je nimmer meer een andere taal
over je lippen te laten komen
als godis tale,
en dan dien je te zorgen
dat je eigen taal vrij
van uitheemse klanken blijft.

WILST THV
THAT.ER SVME FON LYDAS BERN
AND FON FINDAS BERN RESTA
SA DVATH STV ÉVIN ALSA.
THJU TALE THÉRA AST.SKÉN.LANDAR
IS THRVCH THA WLA MAGJARA VRBRUD.

Wil je

dat er sommige van Lyda's kinderen
en van Finda's kinderen blijven,
dan doe je evenzo.
De taal der oost-Skénlanders
is door de vuile Magjara verbruid.

THJU TALE THÉRA KALTANA.FOLGAR
IS THRVCH THA SMUGRIGE GOLE VRDERVEN.
NV SEND WI ALSA MILD WÉST
VMBE THA WITHER KVMANDE HEL.LÉNA FOLGAR
WITHER IN VS MIDDEN TO NÉMANDE.
MEN IK SKROM AND BEN SÉRELIK ANGE
THAT HJA VS MILDSA VRJELDA SKILUN
MITH VRBRUDING VSRA RÉNE TALE.

De taal der Kaltanavolgers

is door de kruiperige* Golen verdorven.
Nu zijn we zo mild geweest
om de terugkomende Hellénjavolgers
weer in ons midden te nemen,
maar ik schroom en ben zeer angstig
dat ze ons mildzijn vergelden zullen
met verbruiding van onze reine taal.
(* smuga = kruipen, smeken)

FUL HAVON WI WITHERFAREN.
MEN FON ALLE BURGUM
THÉR THRVCH ARGE TID
VRHOMLATH SEND AND VRDILIGAD
HETH JRTHA FRYA.S.BURCH VNFORLETH BIHALDEN.

Veel hebben we wedervaren,

maar van alle burgen
die door erge tijd
verhommeld zijn en verdelgd,
heeft Jrtha Frya's burch onverlet behouden.

AK MÉI IK THÉR BY MELDA
THAT FRYA.S JEFTHA GOD.IS TALE
HIR ÉVIN VNFORLETH BIHALDEN IS.

Ook kan ik daarbij melden
dat Frya's of godis tale
hier even onverlet behouden is.

HYR TO TEX.LAND MOST MAN {162}
THUS SKOLA STIFTA.
FON ALLE STATUM
THÉR.ET MITHA ALDA SÉDUM HALDA
MOST.ET JONGK.FOLK HIR HINNE SENDEN WRDE.

Hier te Texland moest men

dus scholen stichten.
Van alle staten
die het met de oude zeden houden
moest het jongvolk hierheen gezonden worden.

AFTER DAM MOCHTON THÉRA
THÉR UTLÉRED WÉRE
THA ORA HELPA
THÉR TO HONK VRBÉIDE.

Daarna konden zij,
die uitgeleerd waren,
de andere helpen
die thuis te verspreiden.

WILLATH THA ORA FOLKAR ISRE WÉRON FON THI SELLA
AND THÉR VR MITH THI SPRÉKA AND THINGA
SA MOTON HJA TO GOD.IS TALE WITHER KÉRA.

Willen de andere volkeren ijzeren waren van je kopen

en daarover met je spreken en dingen
dan moeten ze tot godis tale wederkeren.

LÉRATH HJA GOD.IS TALE
SA SKILUN THA WORDA FRI.SA
AND RJUCHT.HA TO HJARA INKVMA.
IN HJARA BRÉIN SKILET THAN
BIJINA TO GLIMMANDE AND TO GLORANDE
TILTHIU ELLA TO.NE LOGHA WARTH.
THISSA LOGHA SKIL ALLE BALDA FORSTA VRTÉRA
AND ALLE SKIN.FRANA AND SMUGRIGA PRESTERA. ~

Leren ze godis tale

dan zullen de woorden vrij-zijn
en recht-hebben tot hun inkomen.
In hun brein zal het dan
beginnen te glimmen en gloren (gloeien)
totdat alles tot een vlam wordt.
Deze vlam zal alle slechte vorsten verteren
en alle schijnvrome en kruiperige priesteren.

= = = = = =

THA HÉINDE AND FÉRHÉMANDE SENDA.BODON
HÉDON NOCHT FON VR THAT SKRIFT
THACH THÉR NE KÉMON NÉNE SKOLA.
THA STIFTE A.DEL SELVA SKOLA
AFTER HIM DÉDON THA ORA FORSTA LIK HY.

De heinde en ver-hemende zendboden

hadden genoegen over dat schrift
doch er kwamen geen scholen.
Toen stichtte Adel zelf scholen.
Na hem deden de andere vorsten als hij.

JÉRLIK.IS GVNGON A.DEL AND JFKJA
THA SKOLA SKOJA.
FANDON HJA THAN ÉMONG THA INHÉMAR
AND UTHÉMAR SELIGA
THÉR EKKORUM FRJUNDSKIP BARADON
SA LÉTON BÉDA GRATE BLIDSKIP BLIKA.

Jaarlijks gingen Adel en Jfkja

de scholen schouwen.
Vonden ze dan onder de inwoners
en uitwoners zelligen (?)
die elkaar vriendschap toedroegen,
dan lieten beide grote blijdschap blijken.

HÉDON SVME SELIGA
EKKORUM FRJUNDSKIP SWOREN.
ALSA LÉTON HJA ALRA MANNALIK TO MANLIKORUM KVMA.
MITH GRATE STAT LÉTON HJA THAN
HJARA NOMA IN EN BOK SKRIVA.
THRVCH HJAM THAT BOK THÉRA FRJUNDSKIP HÉTEN
AFTER {163} DAM WARTH FÉRST HALDEN.

Hadden sommige zelligen (?)

elkaar vriendschap gezworen,
dan lieten ze alleman tot malkander komen.
Met grote staat lieten ze dan
hun namen in een boek schrijven,
door hun het boek der vriendschap genoemd.
Daarna werd feest gevierd.

AL THISSA PLÉGA WRDE DÉN
VMBE THA ASVNDERGANA TWIGA
FON FRIA.S STAM WITHER ET SÉMENE TO SNORANE.

Al deze plegen (gewoontes) werden gedaan

om de afzonderlijke twijgen
van Frya's stam weer tesamen te snoeren.

MEN THA FAMNA THÉR A.DEL AND JFKJA NIDICH WÉRON
SÉIDON THAT HJA T NI WERTH ORE VR DÉDON
AS VMB EN GODE HROP.
AND VMB BI GRADUM TO WELDANA
IN OVIR ÉNIS OTHER MANHIS STAT.


Maar de Fammen die Adel en Jfkja nijdig waren,
zeiden dat ze het om niets anders deden
dan om een goede roep,
en om bij graden te heersen
over een andermans staat.

12 August 2013

6b-2 Nederlands

{142/01}
THET HETH GOSA NÉILÉTEN. 
Dit heeft Gosa nagelaten


ALLE MANNISKA HELD. ~
IK NAV NÉNE ÉRE.MODER BINOMAD
THRVCH DAM IK NÉNE NISTE.
AND ET IS JO BÉTER
NÉNE TO HAVANDE
AS ÉNE HWÉRVPI JO
NAVT FORLÉTA NE MÉI. ~

Alle mensen, heil!

Ik heb geen Eremoeder benoemd
omdat ik er geen wist
en het is beter voor u
om er geen te hebben
als één waarop u
zich niet verlaten kunt.

ARGE TID IS FORBI FAREN.
MEN THÉR KVMT EN OTHERE.
JRTHA HETH HJA NAVT NE BARAD
AND WR.ALDA HETH HJA NAVT NE SKÉPEN.
HJU KVMT UT ET ASTA.
UTA BOSMA THÉRA PRESTERA WÉI.

Erge tijd is voorbij gevaren,

maar er komt een andere.
Jrtha (Aarde) heeft hem niet gebaard
en Wralda (Wereld, de Oeroude) heeft hem niet geschapen.
Hij komt uit het oosten,
uit de boezem der priesteren weg.

SA FÉLO LÉD SKIL HJU BRODA.
THAT JRTHA.T BLOD
ALGADVR NAVT DRINKA NE KAN.
FON HJRA VRSLÉJANA BERNUM.
THJUSTRENESSE SKIL HJU
IN.OVERNE GAST THÉRA MANNISKA SPRÉDA
LIK TONGAR.IS WOLKA OVIRET SVNNE LJUCHT.

Zo veel leed zal hij broeden,

dat Jrtha het bloed 
allemaal niet drinken kan
van haar verslagen kinderen.
Duisternis zal hij
over de geest der mensen spreiden,
gelijk donderwolken over het zonlicht.

ALOM AND ALLERWÉIKES
SKIL LEST AND DROCHTEN BIDRIF
WITH FRYHÉD KAMPA AND RJUCHT.
RJUCHT AND FRYHÉD SKILUN SWIKA
AND WI MITH THAM.

Alom en allerwege

zal list en drochtenbedrijf (afgoderij)
met vrijheid en recht kampen.
Recht en vrijheid zullen zwijken
en daarmee wij.

MEN THESSE WINST SKIL HJARA VRLIAS WROCHTA.
FON THRJU WORDA SKILUN VSA AFTERKVMANDE
AN HJARA LJUDA AND SLAVONA THA BITHJUTNESSE LÉRA.
HJA SEND.
MÉNA LJAVDA . FRYHÉD AND RJUCHT. ~

Maar deze winst zal haar verlies wrochten.

Van drie woorden zullen onze nakomelingen
aan hun lieden en slaven (?!) de betekenis leren.
Ze zijn:
Algemene liefde, vrijheid en recht.

THAT FORMA SKILUN HJA GLORA.
AFTERNÉI WITH THJUSTRENESSE KAMPA
ALONT ET HEL AND KLAR
IN JAHWLIKES HIRT AND HOLLE WARTH.

Eerst zullen ze gloren (gloeien),

daarna met duisternis kampen
totdat het licht en helder
in ieders hart en hoofd wordt.

THAN SKIL TVANG FON JRTHA FAGAD WERTHA.
LIK TONGAR.S WOLKA THRVCH STORNE.WIND.
AND ALLE DROCHTEN BIDRIV
NE SKIL THÉR AJEN NAWET NAVT NE FORMUGA. ~
GOSA.


Dan zal dwang van Aarde gevaagd worden
als donderwolken door stormwind.
En alle drochtenbedrijf (afgoderij)
zal daartegen niets vermogen.
Gosa

6b-1 Nederlands

{133/17}
FRÉTHO.RIK MIN GAD
IS 63 JÉR WRDEN.
SONT 100 AND 8 JÉR
IS HI THENE ÉROSTE FON SIN FOLK
THÉR FRÉDSUM STURVEN IS.


Fréthorik mijn gade
is 63 jaar geworden.
Sinds 100 en 8 jaar
is hij de eerste van zijn volk (hier vermoedelijk: familie)
die vreedzaam gestorven is.

ALLE OTHERA SEND VNDERA SLÉGA SWIKT.
THÉRVR THAT ALLE KAMPADE
WITH AJN AND FÉRHÉMANDE
VMB RJUCHT AND PLICHT.

Alle anderen zijn onder slagen bezweken.

Daarom, dat allen kampten
met eigen en ver-hemenden (vreemden)
om recht en plicht.

MIN NOM IS WIL.JO
IK BEN THA FAM
THÉR MITH HIM FONA SAXANA MARKA TO HONK FOR.
THRVCH TAL AND OMMEGANG KÉM.ET UT
THAT WI ALLE BÉDE FON A.DEL.A HIS FOLK WÉRON.
THA KÉM LJAFDE
AND AFTERNÉI SEND WI MAN AND WIF WRDEN.

Mijn naam is Wiljo.

Ik ben de Fam
die met hem vanuit de Saxenmarken naar huis voer.
Door taal en omgang kwam het uit
dat we allebei van Adela's volk waren.
Toen kwam liefde
en naderhand zijn we man en vrouw geworden.

HI HETH MI FIF BERN LÉTEN
2 SVNA AND THRJU TOGHATERA.
KONE.RÉD ALSA HÉT {134} MIN FORMA.
HACH.GANA MIN OTHERA.
MINE ALDESTE TOGHATER HÉTH A.DEL.A.
THJU OTHERE FRU.LIK.
AND THA JONGESTE NOCHT.

Hij heeft mij vijf kinderen nagelaten,

2 zonen en drie dochteren.
Koneréd zo heet mijn eerste,
Hachgana mijn andere.
Mijn oudste dochter heet Adela,
de tweede Frulik
en de jongste Nocht.

THA.K NÉI THA SAXANA MARKA FOR.
HAV IK THRJU BOKA HRET.
THET BOK THÉRA SANGA.
THÉRA TELLINGA
AND THET HÉLÉNA BOK.

Toen ik naar de Saxenmarken voer

heb ik drie boeken gered.
Het boek der gezangen,
der vertellingen
en het Héléna boek.

IK SKRIF THIT
TIL THJU MAN NAVT THANKA NE MÉI
THAT HJA FON A.POL.LANJA SEND
IK HAV THÉR FUL LÉT VR HAD
AND WIL THUS AK THJU ÉRE HA.

Ik schrijf dit

opdat men niet zal denken
dat ze van Apollanja zijn.
Ik heb er veel leed over gehad
en wil dus ook de eer hebben.

AK HAV IK MAR DÉN.
THA GOSA.MAKONTA FALLEN IS.
HWAMES GOD.HÉD AND KLARSJANHÉD
TO EN SPRÉKWORD IS WRDEN.
THA BEN IK ALLÉNA NÉI TEX.LAND GVNGEN
VMBE THA SKRIFTA VR TO SKRIVANE
THÉR HJU AFTER LÉTEN HETH.

Ook heb ik meer gedaan.

Toen Gosa Makonta gevallen was
- wiens goedheid en helderziendheid
tot een spreekwoord is geworden -
ben ik alleen naar Texland gegaan
om de schriften over te schrijven
die ze achtergelaten had.

AND THA THA LERSTE WILLE FONDEN IS FON FRANA
AND THA NÉILÉTNE SKRIFTA
FON DEL.A JEFTA HEL.LÉNJA
HAV IK THAT JETA RÉIS DÉN.


En toen de laatste wil gevonden is van Frana
en de nagelatene schriften
van Dela ofte Hellénja
heb ik dat nog eens gedaan.

6a-2 Nederlands

{130/21}
THIT SKRIFT IS MY OWER NORHT.LAND 
JEFTHA SKÉNLAND JÉVEN.

Dit schrift is mij over Noordland

of Skénland (Schoonland) gegeven.

VNDERA TIDA THAT VS LAND DEL SÉG
WÉRE IK TO SKÉNLAND.
THÉR GVNG.ET ALSA TO.
THÉR WÉRON GRATE MARA
THÉR FON THA BODEME
LIK.EN BLÉS VT.SETTA.

In de tijd dat ons land verzonk

was ik te Schoonland.
Daar ging het zo toe:
Er waren grote meren
die van de bodem
als een blaas uitzetten.

THEN SPLITON HJA VT.ÉN.
UT.A RÉTA KÉM STOF
AST GLIADE ISER WÉRE.
THÉR WÉRON BERGA
THÉR THA KRUNNA OFSWIKTE.
THESSE TRULDON NÉTHER
AND BROCHTON WALDA AND THORPA WÉI.

Dan spleten ze uiteen.

Uit de reten kwam stof
dat als gloeiend ijzer was.
Er waren bergen
waar de kruinen afzwikten.
Deze truilden neer
en brachten wouden en dorpen weg.

IK SELF SA
THAT EN BERCH {131} FON THA ORA OF TORENT WRDE.
LIN.RIUCHT SÉG.ER DEL.
AS IK AFTERNÉI SJAN GVNG.
WAS THÉR EN MARE KVMEN.
THA JRTHA BÉTERAD WAS.
KÉM ER EN HÉRTOGA FON LINDAS BURCH WÉI.
MITH SIN FOLK AND EN FAM.

Ik zelf zag

dat een berg van de andere afgetorend werd.
Lijnrecht zeeg hij neer.
Toen ik daarna zien ging
was er een meer gekomen.
Toen Aarde hersteld was
kwam er een Hertog (legeraanvoerder) van Lindasburch (zie 090/10 en 147/11)
met zijn volk en Fam (burchtvrouwe, stedemaagd).

THJU FAM KÉTHE AL OMME.
THENE MAGI IS SKELDICH
AN AL.ETH LÉT THAT WI LÉDEN HAVE.
HJA TAGON IMMER FORTH
EN THET HÉR WARTH AL GRATER.
THENE MAGI FLUCHTE HINNE.
MAN FAND SIN LIK.
HI HÉDE SIN SELF VRDÉN.

De Fam verkondigde alom:

"De Magi is schuldig
aan al het leed dat we geleden hebben."
Ze trokken immer voort
en het heir (leger) werd al groter.
De Magi vluchtte heen.
Men vond zijn lijk.
Hij had zichzelf verdaan.

THA WRDON THA FINNA VRDRÉVEN.
NÉI ÉNRE STÉD.
THÉR MACHTON HJA LÉVA.
THÉR WÉRON FON BASTERDE BLODE.
THISSA MACHTON BILIWA.
THACH FÉLO GVNGON MITH THA FINNA MÉI.

Toen werden de Finnen verdreven

naar een andere plaats.
Daar mochten ze leven.
Er waren er ook van verbasterd bloed.
Deze mochten blijven,
doch vele gingen met de Finnen mee.

THI HÉRTOGA WARTH TO KÉNING KÉREN.
THA KARKA THÉR ÉL BILÉVEN WÉRON
WRDE VRDÉN.
SONT KOMATH THA GODA NORTH.LJUD
VAKEN TO TEXLAND VMB THERE MODERIS RÉD.
THA WI NE MUGATH HJAM
FOR NÉNE RJUCHTA FRYAS MAR NE HALDA.

De hertog werd tot koning gekozen.

De kerken die heel gebleven waren
werden verdaan (gesloopt).
Sindsdien komen de goede Noordlui
vaker naar Texland om raad van de Moeder.
Toch kunnen we hen
niet meer voor rechte Fryas houden.

INNA DÉNA MARKA IST SÉKUR
AS BI VS GVNGON.
THA STJURAR
THAM HJARA SELF THÉR STOLTELIKA SÉKAMPAR HÉTON.
SEND VPPIRA SKÉPA. GVNGON
AND AFTERNÉI SEN HJA TO BEK GVNGON. ~
HELD

In de Dene (lage) marken is het zeker

als bij ons gegaan.
De sturen (schippers),
die zichzelf daar trots Sékampar (zeekampers, sicambri?) noemen,
zijn op hun schepen gegaan
en naderhand zijn ze terug gekomen.
Heil.

HWERSA THENE KRODER EN TID
FORTH KRODEN HETH
THAN SKILUN THA AFTERKOMANDA WANA
THAT THA LÉKA AND BRÉKA
THÉR THA BROK.MANNA MITHBROCHT HAVE.
AJEN WERE AN HJARA ÉTHLA.
THÉR VR WIL IK WAKA
AND THUS SA FUL VR HJARA PLÉGA SKRIVA
AS IK SJAN HA. {132}

Wanneer de Kroder (kruier) een tijd

voortgekruid heeft,
dan zullen de nakomelingen wanen
dat de 'lekken en breuken'
die de Broekmannen meegebracht hebben,
eigen waren aan hun voorouders.
Daarover wil ik waken
en dus zo veel over hun plegen (gewoontes) schrijven
als ik gezien heb.

VR THA GÉRT.MANNA KAN IK RÉD HINNE STAPPA.
IK NAV NAVT FUL MITH RA OMME GVNGEN.
THA SA FÉR IK SJAN HA
SEND HJA THAT MAST BI TAL AND SÉD BILÉWEN.
THAT NE MÉI IK NAVT SEGZA FON THA OTHERA.

Over de Gértmannen kan ik snel heenstappen.

Ik heb niet veel met hun omgegaan.
Doch zover ik gezien heb,
zijn ze het meest bij taal en zeden gebleven.
Dat kan ik niet zeggen van de anderen.

THÉR FONA KRÉKALANDA WÉI KVME
SEND KWAD THER TAL
AND VPPIRA SÉD NE MÉI MAN ÉL NAVT BOGA.
FÉLO HAVATH BRUNA AGON AND HÉR.
HJA SEND NIDICH AND DRIST
AND ANG THRVCH OVERBILAWICHHÉD.

Die van de Krékalanden wegkomen

zijn kwaad van taal
en op hun zeden kan men heel niet bogen (niet trots zijn).
Velen hebben bruine ogen en haar.
Ze zijn nijdig en driest (dreigend)
en angstig door overbijgelovigheid.

HWÉRSA HJA SPÉKA
SA NOMATH HJA THA WORDA FAR VPPA
THÉR LERST KVMA MOSTA.
AJEN ALD SEGATH HJA AD
AJEN SALT SAD.
MA FORI MAN.
SEL FORI SKIL.
SODE FORI SKOLDE.
TO FUL VMB TO NOMANDE.

Als ze spreken,

noemen ze de woorden voorop,
die laatst komen moeten.
Tegen ALD (oud) zeggen ze AD,
tegen SALT (zout) SAD,
MA voor MAN (NB denk aan alle familienamen op -ma),
SEL voor SKIL (zal),
SODE voor SKOLDE (zoude);
te veel om te noemen.

AK FORATH HJA MÉST VRLADISKE AND BIKIRTE NOMA
HWÉRAN MAN NÉN SIN AN HEFTA NE MÉI.
THA JONJAR SPRÉKATH BÉTRE
THACH HJA SWIGATH THI .H.
AND HWÉRI NAVT NÉSA MOT
WARTH ER UTEKÉTH.

ook voeren ze meest overlandse en bekorte namen,

waaraan men geen zin hechten kan.
De Joniërs spreken beter,
doch zij verzwijgen de H,
en waar die niet wezen moet,
wordt hij uitgesproken.

HWERSA IMMAN EN BYLD MAKATH
AFTER ÉNNEN VRSTURVEN
AND THET LIKT
SA LAWATH HJA
THAT THENE GAST THES VRSTURVENE THÉR INNE FARATH.
THÉRVR HAVATH HJA ALLE BYLDA VRBURGEN.
FON FRYA. FASTA. MÉDÉA. THJANJA.
HELLÉNJA AND FÉLO OTHERA.

Wanneer iemand een beeld maakt

nadat er één verstorven is,
en het lijkt,
dan geloven ze
dat de geest des verstorvene daarin vaart.
Daarom hebben ze alle beelden verborgen
van Frya, Fasta (Vesta), Medea, Thjanja (Diana),
Hellénja (Nyhellenia, Minerva) en vele andere.

HWERTH THÉR EN BERN EBERN
SA KVMATH THA SIBBA ET SÉMNE
AND BIDDATH AN FRYA
THAT HJU HJARA FAMKES MÉI KVMA LÉTA
THAT BERN TO SÉENANDE.
HAVON HJA BÉDEN.
SA {133} NE MÉI NIMMAN HIM RORA NI HÉRA LÉTA.

Wordt er een bern (kind) geboren,

dan komen de sibben (familieleden) tesamen
en bidden tot Frya,
dat ze haar Famkes mag komen laten
om het kind te zegenen.
Hebben ze gebeden,
dan mag niemand zich roeren of horen laten.

KVMT ET BERN TO GRAJANDE.
AND HALT THIT EN STVNDE AN
ALSA IS THAT EN KWAD TÉKEN
AND MAN IS AN FORMODA
THAT THJU MAM HORDOM DÉN HETH.
THÉRVR HAV IK AL ARGE THINGA SJAN.

Komt het kind te grienen

en houdt dit een stonde (uur) aan,
dan is dat een kwaad teken
en vermoedt men
dat de Ma hoerdom gedaan heeft.
Daarover heb ik al erge dingen gezien.

KVMT ET BERN TO SLÉPANDE
SA IS THAT EN TÉKEN
THAT THA FAMKES VRET KVMEN SEND.
LAKT ET INNA SLÉP
SA HAVON THA FAMKES
THAT BERN LUK TO SÉIT.

Komt het kind te slapen,

dan is dat een teken
dat de Famkes gekomen zijn.
Lacht het in de slaap,
dan hebben de Famkes
het kind geluk toegezegd.

OLON LAWATH HJA AN BOSA GASTA.
HEXNA. KOLLA. ULDERMANKES. AND ELFUN
AS JEF HJA FON THA FINNA WEI KÉMEN.

Allen geloven ze aan boze geesten,

heksen, kollen, uldermankes (uier-?) en elfen,
alsof ze van de Finna wegkomen.

HYRMITHA WIL IK ENDA
AND NW MÉN IK
THA.K MAR SKRÉVEN HA.
AS ÉN MINRA ÉTHLA.
~ ~ ~ FRÉTHO.RIK.


Hiermede wil ik eindigen
en nu meen ik
dat ik meer geschreven heb
als een van mijn voorouders.
Fréthorik

11 August 2013

6a-1. Nederlands

{113/23}
MIN NOM IS FRÉTHO.RIK.
TONOMATH OERA.LINDA.
THAT WIL SEGZA OVIR THA LINDA.
TO LJUD.WARDJA BIN IK TO ASGA KÉREN.
LJUD.WARDJA IS EN NY THORP.
BINNA THENE HRING.DIK FON THÉR BURCH LJUD.GARDA.
HWÉR FON THA NOMA AN VNÉR KVMEN IS.

Mijn naam is Fretho-rik,

toegenaamd Oera-Linda,
dat wil zeggen over de linden.
Te Ljud-wardja ben ik tot Asga (rechtspreker) gekozen.
Ljudwardja is een nieuw dorp
binnen de ringdijk van de burcht Ljud-garda,
waarvan de naam in oneer gekomen is.

VNDER MINA TIDA IS FUL BÉRED.
FUL HÉDIK THÉRVR SKRÉVEN.
MEN AFTERNÉI SEND MI AK FÉLO THINGA MELD.
FON ÉN AND {114} OTHER
WIL IK EN SKÉDNESE AFTER THIT BOK SKRIWA.
THA GODA MANNISKA TO.N.ÉRE
THA ARGA TO VN.ÉRE.

Onder mijn tijden is veel gebeurd.

Veel heb ik daarover geschreven,
maar daarna zijn mij ook veel dingen gemeld.
Van een en ander
wil ik een geschiedenis achteraan deze bladen schrijven,
de goede mensen tot eer,
de erge tot oneer.

IN MIN JUGED HÉRD.IK GRÉDWIRD ALOMME.
ARGE TID KÉM
ARGE TID WAS KVMEN ~
FRYA HÉD.VS LÉTEN.
HJRA WAK.FAMKES HÉDE HJU ABEFTA HALDEN.
HWAND DROCHTEN.LIKANDA BYLDA
WÉRON BINNA VSA LAND.PALA FVNDEN.

In mijn jeugd hoorde ik klachten alom;

erge tijd kwam,
erge tijd was gekomen,
Frya had ons verlaten,
haar waakfamkes had ze achtergehouden,
want afgodgelijkende (gedrochtelijke) beelden
werden binnen onze landpalen gevonden.

IK BRONDE FON NYS.GIR.
VMBE THI BYLDA TO BISJAN. ~
IN VSA BURT STROMPELE EN OLD.FAMKE
TO THA HUSA UTA IN.
IMMER TO KÉTHANDE VR ARGE TID. ~
IK GIRDE HJA LING.SIDE.
HJU STRIK MI OMME KIN TO.

Ik brandde van nieuwsgier

om die beelden te bezien.
In onze buurt strompelde een oud famke
de huizen in en uit,
immer verkondigend over de erge tijd.
Ik gierde (liep schuin) langs haar zijde,
ze streek me om de kin.

NW WRD.IK DRIST
AND FRÉJE JEF HJU MI ARGE TID
AND THA BYLDA RÉIS WISA WILDE.
HJU LAKTE GODLIK
AND BROCHT MI VPPER BURCH.

Nu werd ik driest

en vroeg of ze me erge tijd
en de beelden eens wijzen wilde.
Ze lachte goedlijk
en bracht me op de burcht.

EN GRÉVA.MAN.FRÉJE MY
JEF IK AL LÉSA AND SKRIVA KV.
NÉ SÉID.IK.
THAN MOST ÉROST TO GA AND LÉRA SÉIDER
OWERS NE MÉI.T JOW NAVT WYSEN NI WRDE.

Een grijze man vroeg mij

of ik al lezen en schrijven kon.
Nee, zei ik.
Dan moet je dat eerst gaan leren, zei hij,
anders kan het je niet gewezen worden.

DYSTIK GVNG IK BI THA SKRIWER LÉRA. ~
ACHT JÉR LÉTTER HÉRD.IK
VSA BURCHFAM HÉDE HORDOM BIDRYVEN
AND SVME BURCH.HÉRA HÉDON VRRÉD PLÉGAD MITH THA MAGI.
AND FÉLO MANNISKA WÉRON VP HJARA SIDA.

Dagelijks ging ik bij de schrijver leren.

Acht jaar later hoorde ik
dat onze burchfam hoerdom bedreven had
en sommige burchheren hadden verraad gepleegd met de Magi
en vele mensen waren aan hun zijde.

WRAL KÉM TWISPALT.
THÉR WÉRON BERN
THÉR VPSTANDON AJEN HJARA ELDRUM.
INNA GLUPPA WRDON THA FRODA MANNISKA MORTH.
THET ALDE FAMK
THÊR ELLA BAR {115} MAKADE
WARTH DAD FVNDEN IN.EN GRUPE.

Overal kwam tweespalt.

Er waren kinderen
die opstonden tegen hun ouders.
In gluppen (smalle straten) werden de vroede (deugdzame) mensen vermoord.
Het oude famk
die alles openbaar maakte
werd dood gevonden in een greppel.

MIN TAT THÉR RJUCHTER WÉRE
WILDE HJA WRÉKEN HA.
NACHTIS WARHT.ER IN SIN HUS VRMORTH.
THRJU JÉR LÉTTER WÉR THENE MAGI BAS. SVNDER STRID.

Mijn pa die rechter was

wilde haar gewroken hebben.
Nachts werd hij in zijn huis vermoord.
Drie jaar later was de Magi baas zonder strijd.

THA SAXMANNA WÉRON FROME AND FROD BILYWEN.
NÉI THAM FLJUCHTON ALLE GODE MANNISKA.
MIN MAM BISTVRV.ET.
NW DÉD IK LIK THA OTHERA.

De saxmannen waren vroom en vroed gebleven.

Naar hen vluchtten alle goede mensen.
Mijn ma bestierf het.
Nu deed ik als de anderen.

THI MAGI BOGADE VPPA SINRA SNODHÉD.
MEN JRTHA SKOLD.IM THANA
THAT HJU NÉN MAGI NER AFGODA
TO LÉTA NE MACHTE TO THÉRE HÉLGE SÉTA
HWÉRUT HJU FRYA BÉRADE.


De Magi boogde op (roemde) zijn snoodheid.
Maar Jrtha zou hem tonen
dat ze geen Magi noch afgoden
toelaten kan tot de heilige schoot
waaruit ze Frya baarde.

ÉVIN SA THET WILDE HORS SINA MANNA SKED.
NÉI THAT HETH SINA RIDDER GERS.FALLICH MAKAD HETH.
ÉVIN SA SKEDDE JRTHA HJRA WALDA AND BERGA.
RIN.STRAMA WRDON OVIRA FJELDA SPRÉD.
SÉ KOKADE.

Zoals het wilde paard zijn manen schud

nadat het zijn rijder grasvallig gemaakt heeft,
zo schudde Jrtha haar wouden en bergen.
Reinstromen werden over de velden gespreid.
Zee kookte.

BERGA SPYDON NÉI THA WOLKUM
AND HWAD HJA SPYTH HÉDE.
SWIKTON THA WOLKA WITHER VP JRTHA.

Bergen spuwden naar de wolken

en wat ze gespuwd hadden,
zwikten de wolken weer op Aarde.

BY T.ANFANG THERE ARNE MONATH
NIGADE JRTHA NORTHWARD
HJU SÉG DEL.
OL LÉGOR AND LÉGOR.

Bij het aanvang der Arnemaand (oogstmaand, augustus)

neigde Aarde noordwaarts.
Ze zeeg neer,
al lager en lager

ANNA WOLFA.MONATH
LÉIDON THA DÉNE MARKA FON FRYA.S LAND
VNDER NE SÉ BIDOBBEN.
THA WALDA THÉR BYLDA IN WÉRON
WRDON VPHIVATH AND THÉR WINDUM SPEL.

Aan de Wolvenmaand (wintermaand, december)

lagen de Denemarken van Fryasland
onder een zee bedolven.
De wouden waar beelden in waren
werden opgeheven en der winden spel.

THET JÉR AFTER KÉM FROST INNA HERDE MONATH
AND LÉID OLD FRYA.S.LAND VNDER EN PLONKE SKUL.
IN SELLA MONATH
KÉM STORNE.WIND {116} UT.ET NORTHA WÉI.
MITH FORANDE BERGA FON ISE AND STÉNUM.

Het jaar daarna kwam vorst in de Herdemaand (louwmaand, januari)

en legde oud-Fryasland onder een plank (ijsplaat) verscholen.
In de Sellemaand (sprokkelmaand, februari)
kwam stormwind vanuit het noorden,

meevoerend bergen van ijs en stenen.

THA SPRING KÉM
HIF JRTHA HJRA SELVA VP.
ISE SMOLT AWÉI.
EBBE KÉM
AND THA WALDA MITHA BYLDUM DRÉVON NÉI SÉ.
INNER WINNA JEFTHA MINNA MONATH
GVNG AIDER THURVAR WITHER HÉM.FARA.

Toen lente kwam

hief Aarde zichzelf op.
IJs smolt weg,
eb kwam.
En de wouden met beelden dreven naar zee.
In de Winne- of Minnemaand (bloeimaand, mei)
ging iedere durver weer naar huis varen.

IK KÉM MITH EN FAM TO THÉRE BURCH LJUDGARDA.
HO DROVE SACH ET UT.
THA WALDA THÉRA LINDA WRDA WÉRON MÉST WÉI.
THÉR THA LJUDGARDA WÉST HÉDE WAS SÉ.
SIN HEF FÉTERE THENE HRING.DIK.

Ik kwam met een Fam (Wiljo) bij de burcht Ljudgarda.

Hoe droef zag het eruit.
De wouden der Linda-oorden waren meest weg.
Waar de Ljudgarda geweest was, was zee.
Zijn golven geselden de ringdijk.

ISE HÉDE THA TORE WÉIBROCHT
AND THA HUSA LÉIDE INTHRVCH EKKORUM.
ANNA HELDE FONNA DIK FAND IK EN STÉN.
VSA SKRIVER HÉD.ER SIN NOM IN.WRYTEN.
THAT WÉRE MY EN BAKEN.

IJs had de toren weggemaakt

en de huizen lagen door elkaar heen.
Aan de voet van de dijk vond ik een steen.
Onze schrijver had er zijn naam in gekerfd.
Dat was voor mij een baken.

SA.T MITH VSA BURCH GVNGEN WAS.
WAST MITH MITHA ORA GVNGON.
INNA HAGA LANDA WÉRON HJA THRVCH JRTHA.
INNA DÉNA LANDA THRVCH WÉTER VRDÉN.

Zoals met onze burcht,

was het met de andere gegaan.
In de hoge landen waren ze door aarde,
in de lage landen door water verdaan.

ALLÉNA FRYA.S BURCH TO TEXLAND
WARTH VNEDÉRAD FVNDEN.
MEN AL ET LAND THET NORTHWARD LÉID HÉDE
WÉRE VNDER SÉ.
NACH NIST NAVT BOPPA BROCHT.

Alleen Fryasburch te Texland

werd ongedeerd gevonden,
maar al het land dat noordwaards gelegen had
was onder zee.
Noch is het niet boven gebracht.

AN THAS KAD FONT FLIMARE WÉRON
NÉI MELD WRDE
THRITTICH SALTA MARA KVMEN.
VNSTONDEN THRVCH THA WALDA
THÉR MITH GRVND AND AL VRDRÉVEN WÉRON.
TO WEST.FLI.LAND FIFTICH.

Aan de kade van het Flimare waren

- naar gemeld werd -
dertig zoute meren gekomen,
ontstaan door de wouden
die met grond en al verdreven waren;
in West-Fliland vijftig.

THI GRAFT THÉR FONT ALDERGA
THWERES TO THET LAND THRVCH HLAPEN HÉDE.
WAS VRSONDATH AND {117} VRDÉN. ~
THA STJURAR AND OR FARANDE FOLK.
THÉR TO HONK WÉRON.
HÉDE HJARA SELVA MITH MAGA AND SIBBA
VPPIRA SKEPUM HRET.

De gracht die van het Alderga

dwars door het land gelopen had,
was verzand en verdaan.
De Sturen en ander varend volk,
die thuis waren,
hadden zichzelf met magen en sibben (naasten en familie)
op hun schepen gered.

MEN THAT SWARTE FOLK
FON LYDA.BURCH AND ALIKMARUM
HÉDE ALÉN DÉN.
THAWIL THA SWARTA SUDWARD DRYVON
HÉDON HJA FÉLO MANGÉRNE HRET
AND NÉIDAM NIMMAN NE KÉM TO ASKA THAM
HILDON HJA THAM TO HJARA WIVA.

Maar het zwarte volk

van Lydaburch and Alikmarum
had evenzo gedaan.
Terwijl de zwarten zuidwaarts dreven,
hadden ze vele meisjes gered
en omdat naderhand niemand hen kwam vragen,
hielden ze hen als hun vrouwen.

THA MANNISKA THÉR TO BEK KÉMON
GVNGON ALLE BINNA THA HRING.DIKA THÉRA BURGUM HÉMA.
THRVCHDAM ET THÉRBUTA AL SLYP AND BROKLAND WÉRE.
THA GAMLA HUSA WRDE BY ÉN KLUST.

De mensen die terug kwamen,

gingen alle binnen de ringrijken der burgen wonen,
omdat het daarbuiten alles slib- en broekland was.
De oude huizen werden bijeen geklust.

FONA BOPPA LANDUM KAPADE MAN KY AND SKÉP
AND INNA THA GRATE HUSA
THÉR TOFARA THA FAMNA SÉTEN HÉDE.
WRDE NW LÉKEN AND FILT MAKAD.
VMB THES LÉVENS WILLA.
THAT SKÉD 1888 JÉR
NÉI THAT ATLAND SVNKEN WAS.

Van de bovenlanden kocht men koeien en schapen

en in de grote huizen,
waar tevoren de Famna gezeten hadden,
werden nu lakens en vilt gemaakt,
om des levens wille.
Dat geschiedde 1888 jaar
nadat Atland gezonken was.

~  ~  ~  ~  ~  ~

IN 282 JÉR
NÉDON WI NÉN ÉRE.MODER NAVT HAT
AND NW ELLA TOMET VRLÉREN SKINDE
GVNG MAN ÉNE KJASA.

In 282 jaar

hadden we geen Eremoeder gehad
en nu alles bijna verloren scheen
ging men er een kiezen.

THET HLOT FALDE VP GOSA TO NOMATH MAKONTA.
HJU WÉRE BURCHFAM ET FRYA.S BURCH TO TEX.LAND.
HEL FON HAWED AND KLAR FON SIN
ÉLLE GOD
AND THRVCHDAM HJRA BURCH ALLÉNA SPARAD WAS
SACH ALRIK THÉR UT HJRA HROPANG.

Het lot viel op Gosa toegenaamd Makonta.

Zij was Burchfam op Fryasburch te Texland,
hel (licht) van hoofd en klaar (helder) van zin,
heel goed,
en doordat haar burcht alleen gespaard was,
zag ieder daaruit haar roeping.

TJAN JÉR LÉTTERE
KÉMON THA STJURA FON FOR.ANA AND FON LYDABURCH.
HJA WILDON THA SWARTA MANNISKA
MITH WIF AND BERN TO THET LAND UTDRIVA.
THÉRWR {118} WILDON HJA THÉRE MODER.IS RÉD BIWINNA.

Tien jaar later

kwamen de Sturen van Forana en Lydaburch.
Ze wilden de zwarte mensen
met vrouw en kinderen het land uitdrijven.
Daarover wilden ze raad van de Moeder bewinnen.

MEN GOSA FRÉJE.
KANST ÉN AND OR
TOBEK FORA NÉI HJRA LANDUM
THAN ACHSTE SPOD TO MAKJANDE.
OWERS NE SKILUN HJA HJARA MAGA NAVT WITHER NE FINDA.
NÉ SÉIDE HJA.

Maar Gosa vroeg:

"Kun je een en ander
terug voeren naar hun landen,
dan moet je spoed maken.
Anders zullen ze hun naasten niet weervinden."
"Nee", zeiden ze.

THA SÉIDE GOSA.
HJA HAVON THIN SALT PROVAD
AND THIN BRAD ÉTEN.
HJARA LIF AND LÉVA HAVON HJA VNDER JOW HOD STALAD.
I MOSTE JOW AJNE HIRTA BISÉKA.
MEN IK WIL THI EN RÉD JEVA.

Toen zei Gosa:

"Ze hebben jouw zout geproefd
en jouw brood gegeten.
Hun lijf en leven hebben ze onder jouw hoede gesteld.
Je moet je eigen hart bezoeken.
Maar ik wil je een raad geven."

HALD HJAM ALOND JOW WALDICH BISTE
VMRA WITHER HONK TO FORA.
MEN HALD HJAM BI JOW BURGUM THÉR BUTA.
WAK OVIR HJARA SÉD
AND LÉR HJAM
AS JEF HJA FRYAS.SVNA WÉRE.

"Houdt hen totdat je bij machte bent

om ze weer naar huis te voeren,
maar houdt hen buiten jouw burgen.
Waak over hun zeden
en leer hen
alsof ze Fryaszonen waren."

HJRA WIVA SEND HIR THA STERIKSTA.
AS RÉK SKIL HJARA BLOD VRFLJUCHTA.
TIL ER TO THA LESTA NAVT OWERS AS FRYA.S BLOD
IN HJARA AFTERKVMANDE SKIL BILIWA.
SA SEND HJA HIR BILÉWEN.

"Hun vrouwen zijn hier de sterksten.

Als rook zal hun bloed vervluchten,
tot er tenslotte niet anders als Fryas bloed
in hun nakomenden zal blijven."
Zo zijn ze hier gebleven.

NW WINSTIK WEL
THAT MINA AFTERKVMANDA THÉRVP LETTA.
HO FÉR GOSA WÉRHÉD SPREK.

Nu wenste ik wel

dat mijn nakomenden daarop letten,
hoe ver Gosa waarheid sprak.

THA VSA LANDA WITHER TO BIGANA WÉR
KÉMON THÉR BANDA ERMA SAXMANNA AND WIVA
NÉI THA WRDUM FON STAVERE AND THAT ALDERGA.
VMBE GOLDEN AND ORA SIARHÉDA
TO SÉKANE FONUT THA WASIGE BODEME.

Toen onze landen weer te begaan waren

kwamen er bendes arme Saxmannen met vrouwen
naar de oorden van Stavere en het Alderga,
om gouden en andere sierheden
te zoeken vanuit de drassige bodem.

THACH THA STJURAR NILDO HJA NAVT TO LÉTA
THA GVNGON HJA THA LÉTHOGA THORPA BIHÉMA TO WEST FLILAND.
VMBE RA LIF TO BIHALDANE.

Doch de Sturen wilden hen niet toelaten.

Toen gingen ze de ledige dorpen bewonen te West-Fliland,
om hun lijf te behouden.

~ ~ ~

NW WIL IK SKRIVA
HO THA GÉRT.MANNA {119}
AND FÉLO HÉLÉNJA FOLGAR TOBEK KÉMON.

Nu wil ik schrijven

hoe de Gertmannen
en vele Helenja volgers terug kwamen.

TWA JÉR NÉITHAT GOSA MODER WRDE.
KÉM.ER EN FLATE TO THET FLIMARE INFALA.
THET FOLK HROPTE. HO.N.SÉEN.


Twee jaar nadat Gosa moeder werd
kwam er een vloot het Flimare invallen.
Het volk riep "hoe een zegen!"

HJA FORON TIL STAVERE
THÉR HROPTON HJA JETA RÉIS.
THA FONA WÉRON AN TOP
AND THES NACHTES SKATON HJA BARN.PILA ANDA LOFT.
THA DÉI RÉD WÉRE
ROJADON SVME MITH EN SNAKE TO THÉRE HAVA IN.
HJA HROPTON WITHER HO.N. SÉEN.

Ze voeren tot Stavere.

Daar riepen ze nog eens.
De vanen waren aan top
en des nachts schoten ze vuurpijlen in de lucht.
Bij dageraad
roeiden sommigen met een snik (sloep) de haven binnen.
Ze riepen weer "hoe een zegen!"

THA HJA LANDA HIPTE.N JONG KERDEL WAL VP.
IN SINA HANDA HÉDI.N SKILD.
THÉRVP WAS BRAD AND SALT LÉID.
AFTERDAM KÉM EN GRÉVA.
HI SÉIDE

Toen ze landden hipte een jonge kerel aan wal.

In zijn handen had hij een schild.
Daarop was brood en zout gelegd.
Nadien kwam een Greva.
Hij zei:

WI KVMATH FONA FÉRE KRÉKA.LANDUM WÉI.
VMB VSA SÉD TO WARJANDE.
NW WINSTATH WI
J SKOLDE ALSA MILD WÉSA
VS ALSA FUL LAND TO JÉVANE
THAT WI THÉRVP MUGE HÉMA.

"Wij komen van de verre Krekalanden weg

om onze zeden te bewaren.
Nu wensten wij
dat u zo mild zoude wezen
ons zoveel land te geven
dat wij daarop kunnen wonen."

HI TELADE.N ÉLE SKÉDNESE.
THÉR IK AFTER BÉTRE SKRIVA WIL.
THA GRÉVA NISTON NAVT HWAT TO DVANDE.
HJA SANDON BODON ALLERWÉIKES.
AK TO MY.
IK GVNG TO AND SÉIDE.

Hij vertelde een hele geschiedenis

die ik later beter schrijven wil.
De Graven wisten niet wat te doen.
Ze zonden allerwegen boden,
ook naar mij.
Ik ging erheen en zei:

NW WI.N MODER HAVE
AGON WI HJRA RÉD TO FRÉJANDE.
IK SELVA GVNG MITHA.
THJU MODER THÉR ELLA AL WISTE. SÉIDE

"Nu we een Moeder hebben

dienen we haar raad te vragen."
Ik zelf ging mee.
De Moeder, die alles al wist, zei:

LÉT HJA KVME
SA MUGON HJA VS LAND HELPA BIHALDA.
MEN NE LÉT HJAM NAVT VP ÉNE STÉD NE BILIVA
TIL THJU HJA NAVT WELDICH NE WRDE OVIR VS.
WI DÉDON AS HJU SÉID HÉDE.
THAT WÉRE ÉL NÉI HJRA HÉI.

"Laat ze komen.

Zo kunnen ze ons land helpen behouden.
Maar laat ze niet op een plaats blijven,
opdat ze niet machtig worden over ons."
We deden als ze gezegd had.
Dat was geheel naar hun zin.

FRYSO RESTE MITH SINA LJUDUM TO STAVERE
THAT HJA WITHER {120} TO ÉNE SÉ.STÉDE MAKADE
SA GOD HJA MACHTE.
WICH.HIRTE GVNG MITH SINUM LJUDUM
ASTWARD NÉI THERE É.MUDA.

Friso bleef met zijn lieden te Stavere,

dat ze weer tot een zeestad maakten,
zo goed ze konden.
Wichhirte ging met zijn lieden
oostwaarts naar de Eemond.

SVME THÉRA JOHNJAR THÉR MÉNDE
THAT HJA FON.T ALDERGA FOLK SPROTEN WÉRE
GVNGEN THÉR HINNE.
EN LITH DÉL THÉR WANDE
THAT HJARA ÉTHLA FON THA SJVGON É.LANDA WEI KÉMON.
GVNGON HINNE AND SETTON HJARA SELVA
BINNA THA HRING.DIK FON THÉRE BURCH WALHALLA.GARA DEL.

Sommige der Joniers, die meenden

dat ze van het Alderga volk gesproten waren,
gingen daarheen.
Een klein deel, dat waande
dat hun voorouders van de zeven eilanden wegkwamen,
gingen heen en zetten zichzelf
binnen de ringdijk van de burcht Walhallagara neer.

5a. Nederlands

{163/10}
BY MIN TAT SINRA SKRIFTUM HAV IK ÉNEN BRÉF FUNDEN.
SKRÉVIN THRVCH LJUD.GÉRT THENE GÉRT.MAN.
BIHALVA SVMLIKA SÉKA THÉR MIN TAT ALLÉNA JELDE.
JÉV IK HIR THAT OTHERA TO THAT BESTA. ~ ~ ~


Bij mijn pa zijn schriften heb ik een brief gevonden,
geschreven door Ljugert de Gertman.
Behalve sommige zaken die mijn pa alleen gelden,
geef ik hier het andere ten beste.

PANG.AB. THAT IS FYF WATERA.
AND HWÉR NEFFEN WI WECH KVME
IS.NE RUN.STRAME FON AFSVNDERLIKA SKÉNHÉD.
AND FIF WATERA HÉTEN
VMB THET FJUWER ORA RUN.STRA
THRVCH SINE MVND IN SÉ FLOJA.

Pangab - dat is vijf wateren,

en waarvandaan wij wegkomen -
is een loopstroom van uitzonderlijke schoonheid,
en 'vijf-wateren' genoemd,
omdat vier andere loopstromen
door zijn monding in zee vloeien.

ÉL FÉRE ASTWARTH IS NOCH.NE GRATE RUN.STRAME
THER HÉLIGE JEFTHA FRANA GONG.GA HÉTEN.

Heel ver oostwaarts is nog een grote loopstroom,

de heilige of vrome Gongga geheten.

TWISK THYSUM RUNSTRAMNE IS.T LOND THERA HINDOS.
BÉDA RUN.STRAMA RUNATH FON THA HAGA BERGUM
NÉI THA DELTA DEL. ~


Tussen deze stromen is het land der Hindos.
Beide stromen lopen van de hoge bergen
naar de laagte (delta) af.

THA BERGA HWANA SE DEL STRAME
SIND ALSA HACH THET SE TO THA HIMEL LAJA.
THÉRVMBE WARTH.ET BERCHTA HIMEL.LAJA BERCHTA HÉTEN.


De bergen waarvanaf ze stromen
zijn zo hoog dat ze tot in de hemel liggen ('laja').
Daarom wordt het gebergte Himel-laja geheten.

VNDER THA HINDOS AND OTHERA UT.A LONDUM
SIND WELKA LJUDA MANK
THÉR AN STILNISE BI MALKORUM KVMA.


Onder de Hindos en anderen uit die landen
bevinden zich lieden
die in stilte bij elkaar komen.

SE GELAVATH THET SE VNFORBASTERE {164} BERN FINDA.S SIND.
SE GELAVAH THET FINDA FONUT.ET HIMMEL.LAJA BERTA BERN IS.
HVANA SE MITH HJARA BERN NÉI THA DELTA JEFTHA LÉGTE TOGEN IS. ~


Ze geloven dat ze onverbasterde kinderen van Finda zijn.
Ze geloven dat Finda uit het Himmel-laja gebergte geboren is,
vanwaaruit ze met haar kinderen naar de delta of laagte getogen is.

WELKE VNDER THAM GELAVATH THET SE MITH HJRA BERN 
VPPET SKUM THER HÉLIGE GONGG.A DEL GONGGEN IS.
THÉRVMBE SKOLDE THI RUN.STRAME HÉLIGE GONGG.A HÉTA.


Welke onder hen geloven dat ze met haar kinderen
op het schuim der heilige Gongga neer gegaan ('gonggen') is.
Daarom zou de stroom heilige Gongga heten.

MAR THA PRESTERA THÉR UT EN OR LOND WECH KVMA
LÉTON THI LJUDA VP SPÉRA AND VRBARNA.
THÉR VMBE NE THURVATH SE 

FAR HJARA SÉK NIT OPENTLIK UT NI KVMA. ~

Maar de priesters die uit een ander land komen
laten die lieden opsporen en verbranden.
Daarom durven ze niet
openlijk uitkomen voor hun zaak (voor hun geloof).

IN THET LOND SIND OLLE PRESTERA TJOK AND RIK.
IN HJARA CHARKA WERTHAT OLLERLÉJA DROCHTENLIKA BYLDON FVNDEN.
THÉR VNDER SIND FÉLO GOLDEN MANK.


In dat land zijn alle priesters dik en rijk.
In hun kerken worden allerlei gedrochtelijke (afgoden-gelijkende) beelden gevonden,
waaronder vele gouden.

BI WESTA PANG.AB THÉR SIND THA IRA JEFTHA WRANGA.
THA GEDROSTNE JEFTHA BRITNE. 

AND THA ORJETTEN JEFTHA VRJETNE.

Bewesten Pangab zijn de 'Ira' of wrangen,
de 'Gedrostne' of gebrachtene (verbannenen)
en de 'Orjetten' of vergetenen.

OL THISA NOMA SIND AR THRVCH THA NIDIGE PRESTERA JÉVEN
THRVCHDAM HJA FON AR FLJUCHTE. VMB SÉDA AND GELAV. ~


Al deze namen zijn hun door de nijdige priesters gegeven
omdat ze daarvoor vluchtten om zeden en geloof.

BI HJARA KVMSTE HÉDON VSA ÉTHLA
HJARA SELVA AK AN THA AST.LIKA OWER FON PANG.AB DEL SET.
MEN VMB THÉRA PRESTAR WILLE SIND SE AK NÉI THER WESTER OWER FAREN.


Bij hun komst hebben onze voorouders
zichzelf ook aan de oostelijke oever van Pangab neergezet,
maar omwille van de priesters zijn ze ook naar de wester oever gevaren.

THÉRTHRVCH HAVON WI THA IRA AND THA OTHERA KENNA LÉRTH.
THA IRA NE SIND NÉNE IRA MAR GODA {165} MINSKA
THER NÉNA BYLDON TOLÉTA NACH ONBIDDA.


Daardoor hebben we de Ira en de andere kennengeleerd.
De Ira zijn geen slechte ('ira') maar goede mensen
die geen beelden toelaten noch aanbidden.

AK WILLATH SE NÉNA CHARKA NACH PRESTAR DOGA.
AND ÉVIN ALS WY.T FRANA LJUCHT FON FASTA VPHOLDA.
ÉVIN SA HOLDON SE OLLERWECHS FJUR IN HJARA HUSA VP.


Ook willen ze geen kerken noch priesters gedogen.
En evenals wij het vrome licht van Fasta ophouden,
evenzo houden zij allerwege vuur in hun huizen op.

KVMTH MON EFTER ÉL WESTLIK
OLSA KVMTH MON BY THA GEDROSTNE
FON THA GEDROSTNE.
THISA SIND MITH ORA FOLKRUM BASTERED
AND SPRÉKATH OLLE AFSVNDERLIKA TALA. ~


Komt men daarna heel westelijk,
dan komt men bij de Gedrostne.
Over de Gedrostne:
Deze zijn met andere volkeren verbasterd
en spreken alle afzonderlijke talen.

THISA MINSKA SIND WÉRENTLIK IRA BONAR.
THÉR AMMER MITH HJARA HORSA VP OVERA FJELDA DWALA.
THÉR AMMER JAGJA AND RAWA
AND THÉR HJARA SELVA ALS SALT.ATHA 

FORHÉRA ANTHA OMHÉMMANDE FORSTA.
THER WILLE HWAM SE ALLES NITHER HAWA
HWAT SE BIRÉKA MUGE. ~


Deze mensen zijn werkelijk slechte moordenaars,
die immer met hun paarden over de velden dwalen,
die immer jagen en roven
en die zichzelf als salt-atha (zoutvrienden, soldaten)
verhuren aan de omwonende vorsten,
ter wiens wille ze alles neerhouwen
wat ze kunnen bereiken.

THET LOND TWISK PANG.AB AND THER GONGG.A
IS LIKE FLET AS FRYA.S LOND AN THA SÉ.
AFWIXLATH MITH FJELDUM AND WALDUM.
FRUCHTBAR AN ALLE DÉLUM.
MAR THET MACH NIT VRLETTA
THAT THÉR BIHWILA THUSANDA BY THUSANDA 

THRVCH HONGER BISWIKE.

Het land tussen Pangab en de Gongga
is gelijk zo plat als Fryas land aan de zee,
afgewisseld met velden en wouden,
vruchtbaar aan alle delen.
Maar dat kan niet beletten
dat er bij wijlen duizenden bij duizenden
door honger bezwijken.

THISA HONGERNÉDE MACH THÉRVMBE NIT AN WRALDA
NACH AN JRTHA WYTEN NIT WERTHA.
MAR ALLÉNA ANTHA FORSTA AND PRESTERA.


Deze hongersnood kan daarom niet aan Wralda
noch aan Jrtha worden geweten,
maar alleen aan de vorsten en priesters.

THA HINDOS SIND IVIN BLODE AND FORFÉRED FROM HJARA FORSTUM
ALS THA HINDNE FROM THA WOLVA. SIND.
THÉRVMBE HAVON THA IRA AN ORA RA HINDOS HÉTEN.
THET HINDNE BITJOTH. {166}


De Hindos zijn even schuw en vervaard van hun vorsten
als de hindes (kleine herten) van de wolven zijn.
Daarom hebben de Ira en anderen hen Hindos geheten,
dat hindes beduidt.

MAR FON HJARA BLODHÉD WARTH AFGRISLIKA MISBRUK MAKTH.
KVMAT THÉR FERHÉMANDE KAPLJUD VMB KÉREN TO KAPJANDE
ALSA WARTH ALLES TO JELDUM MAKTH.


Maar van hun schuwheid wordt afgrijselijk misbruik gemaakt.
Komen er vreemde (verhemende) kooplieden om koren te kopen
dan wordt alles te gelde gemaakt.

THRVCH THA PRESTERA NI WARTH.ET NIT WÉRTH.
HWAND THISA NOCH SNODER AND JIRIGER ALS ALLE FORSTA TO SAMENE.
WYTATH ÉL GOD
THET AL.ET JELD ENDLIK IN HJARA BUDAR KVMTH.


Door de priesters wordt dit niet geweerd
want deze, nog snoder en gieriger als alle vorsten tesamen,
weten heel goed
dat al het geld uiteindelijk in hun buidels komt.

BUTA AND BIHALVA THET THA LJUDA THÉR FUL FON HJARA FORSTA LYDA.
MOTON HJA AK NOCH FUL FON THET FENINIGE AND WILDE KWIK LYDA.


Buiten en behalve dat de lieden daar veel van hun vorsten lijden,
moeten ze ook nog veel van het venijnige en wilde gedierte lijden.

THÉR SIND STORE ELEFANTA THÉR BY ÉLE KIDDUM HLAPA.
THÉR BIHWILA ÉLE FJELDA KÉREN VRTRAPPE
AND ÉLE THORPA.


Er zijn grote olifanten die bij hele kuddes lopen,
die bijwijlen hele velden koren vertrappen
en hele dorpen.

THÉR SIND BONTE AND SWARTE KATTA. TIGRUM HÉTEN
THÉR SA GRAT ALS GRATE KALVAR SIND.
THÉR MINSK AND DJAR VRSLYNNE.


Er zijn bonte en zwarte katten, tijgers geheten,
die zo groot als grote kalveren zijn,
die mens en dier verslinden.

BUTA FÉLO ORA WRIGGUM SIND THÉR SNAKA
FON AF THA GRATE ÉNER WIRME
OL TO THA GRATE ÉNER BAM.


Buiten vele andere kronkeldieren (reptielen?) zijn er slangen,
van de grootte ener worm,
heel tot de grootte ener boom.

THA GRATESTE KENNATH EN ÉLE KV VRSLYNNA.
MAR THA LITHSTE SIND NOCH FRÉSLIKER ALS THAM.


De grootste kunnen een hele koe verslinden,
maar de luttelste (kleinste) zijn nog vreselijker.

SE HOLDON HJARA SELVA TWISK BLOM AND FRUCHTA SKUL.
VMB THA MINSKA TO BIGANA
THAM THÊR AF PLOKJA WILLE.


Ze houden zichzelf tussen bloem en vruchten schuil,
om de mensen te begaan
die daarvan plukken willen.

IS MON THÉR FON BYTEN.
SA MOT MON STARVA
HWAND AJEN HJARA FENYN HETH JRTHA NÉNA KRUDA JÉVEN.
OLSANAKA THA MINSKA HJARA SELVA HAVON 

SKILDICH MAKT AN AFGODJE.

Is men daarvan gebeten,
dan moet men sterven.
Want tegen hun venijn heeft Jrtha geen kruid gegeven,
omdat de mensen zichzelf hebben
schuldig gemaakt aan afgoderij.

FORTH SIND THÉR OLLERLÉJA SLACHT FON HACH.DISKA. NYN.DISKA AND A.DISKA.
OL THISA DISKA SIND YVIN ALS THA SNAKA {167}
FON OF.NE WIRME TIL.NE BAMSTAME GRAT.


Voorts zijn er allerlei slag van hagedissen, nyndissen (?) en waterdissen.
Al deze dissen zijn evenals de slangen
vanaf een worm totaan een boomstam groot.

NÉI THAT HJA GRAT JOF FRÉSLIK SIND.
SIND HJARA NOMA THÉR IK ALLE NIT NOMA NI KEN.


Naar hun grootte of gevaarlijkheid
zijn hun namen, die ik alle niet kan noemen.

THA ALDERGRATESTE A.DISKA SIND AL.GATTAR HÉTEN
THRVCHDAM SE YVIN GRUSICH BITTE AN THET ROTTE KWIK
THAT MITH.A STRAMA FON BOPPE NÉI THA DELTA DRIWETH
AS AN THET LÉVANDE KWIK
THAT SE BIGANA MUGE. ~


De allergrootste waterdissen zijn al-gatter geheten
doordat ze even gretig bijten aan het rotte gedierte
dat met de stromen van boven naar de laagte drijft,
als aan het levende gedierte
dat ze kunnen begaan.

AN THA WEST.SIDE FON PANG.AB WANA WI WECH KVMA.
AND HWER IK BERN BEN.
THÉR BLOJATH AND WAXATH THA SELVA FRUCHTA AND NOCHTA
AS AN THA AST.SIDE.


Aan de westzijde van Pangab, waarvandaan wij komen,
en waar ik geboren ben,
daar bloeien en groeien de zelfde vruchten en noten
als aan de oostzijde.

TO FARA WRDON.ER AK THA SELVA WRIGGA FONDEN.
MAR VSA ÉTHLA HAVON ALLE KRIL.WALDA VRBARNATH
AND ALSANAKA AFTER.ET WILDE KWIK JAGED
THAT THER FÉ MAR RESTA.


Vroeger werden er ook dezelfde reptielen gevonden,
maar onze voorouders hebben alle krielwouden verbrand
en zoveel op het wilde gedierte gejaagd
dat er weinig meer resteren.

KVMTH MAN ÉL WEST.LIK FON PANG.AB
THEN FINTH MAN NEFFEN FETTE ETTA AK DORRA GÉST.LANDA
THÉR VN.ENDLIK SKINA BIHWILA OFWIXLATH
MITH LJAFLIKA STRÉKA HWÉRAN THET AG FORBONDEN BILIWET.


Komt men heel westelijk van Pangab
dan vindt men naast vette klei ook dorre geestlanden
die oneindig schijnen, bijwijlen afgewisseld
met lieflijke streken waaraan het oog verbonden blijft.

VNDER THA FRUCHTA FON MIN LAND
SIND FÉLO SLACHTA MANK
THÉR IK HYR NIT FONDEN HAV.


Onder de vruchten van mijn land
bevinden zich vele soorten
die ik hier niet gevonden heb.

VNDER ALLERLÉJA KÉREN IS.ER AK GOLDEN MANK.
AK GOLD.GÉLE APLE
HWÉR FON WELKE SA SWÉT ALS HUNING SIND
AND WELKE SA WRANG ALS ÉK.


Onder allerlei koren is er ook gouden,
ook goudgele appels,
waarvan welke zo zoet als honing zijn
en welke zo wrang als azijn.

BY VS WERTHAT NOCHTA FONDEN LIK BERN HAVEDA SA GRAT.
THÉR SIT TSIS AND MELOK IN.
WERTHAT SE ALD
SA MAKTH MAN THER OLJA FON. ~


Bij ons worden noten gevonden als kinderhoofden zo groot.
Daar zit kaas en melk in.
Worden ze oud
dan maakt men er olie van.

FON THA {168} BASTUM MAKTH MAN TAW
AND FON THA KERNUM 

MAKTH MAN CHELKA AND OR GERAD. ~

Van de basten maakt men touw
en van de kernen
maakt met kelken en ander gerei.

HIR INNA WALDA HAV IK KRUP AND STAK.BÉJA SJAN.
BY VS SIND BÉI.BAMA ALS JOW LINDA.BAMA.
HWÉR FON THA BÉJA FUL SWÉTER
AND THRÉ WARA GRATER AS STAKBÉJA SIND. ~


Hier in de wouden heb ik kruip- en staakbessen gezien.
Bij ons zijn bessenbomen zoals jouw Lindebomen,
waarvan de bessen veel zoeten
en driemaal groter dan staakbessen zijn.

HWERSA THA DÉGA VPPA SIN OLDERLONGSTE SIND
AND THJU SVNNE FON TOP SKINTH.
THEN SKIN SE LIN.RJUCHT VPPA JOW HOLE DEL.


Wanneer de dagen op zijn allerlangst zijn

en de zon van top schijnt,
dan schijnt ze lijnrecht op je hoofd neer.

IS MAN THEN MJTH SIN SKIP ÉL FÉR SUDLIK FAREN
AND MAN THES MIDDÉIS MITH SIN GELAT NÉI.T ASTEN KÉRED.
SA SKINTH SVNNE AJEN THINE WINSTERE SIDE
LIK SE OWERS AJEN THINE FÉRRE SIDE DVAT. ~


Is men dan met zijn schip heel ver zuidelijk gevaren

en des middags met zijn gelaat naar het oosten gekeerd,
dan schijnt de zon tegen je linkerzijde,
gelijk ze anders tegen je rechterzijde doet.

HIRMITHA WIL IK ENDA ~
MAR AFTER MIN SKRIWE
SKIL.ET THI LICHT NOG FALLA.
VMB THA LÉJEN AFTIGA TELTJAS TO MUGE SKIFTANE
FON THA WARA TELLINGA. ~
JOW LJUD.GÉRT.


Hiermede wil ik eindigen.

Meer na mijn schrijven
zal het je licht nog vallen,
om de leugenachtige vertelsels te kunnen schiften
van de ware vertellingen.
Jouw Ljudgert.